Niet verblind raken door tegemoetkomend licht 's avonds

Landschapsillustratie

Fel licht van een tegemoetkomende auto of fiets kan 's avonds voor een kort moment alles wegvagen wat je daarvoor nog goed kon zien. Net op dat moment lijkt de weg voor je even helemaal donker, terwijl je eigenlijk het meest behoefte hebt aan een helder zicht op wat er voor je ligt.

Een eerste hulpmiddel is om je blik niet recht in het licht te houden, maar iets naar de rand van de weg te richten. Zo blijft er toch nog voldoende referentie over om je positie op de weg goed te kunnen inschatten, zonder volledig verblind te worden.

Vaart minderen als het nodig is

Voel je je toch even helemaal verblind, dan is het geen probleem om wat vaart te minderen tot het zicht terugkeert. Even trager rijden geeft meer tijd om te reageren, mocht er zich onverwacht iets op de weg bevinden dat je door het felle licht niet meteen zag.

Ook de staat van je eigen lampje speelt hierbij een rol. Een lampje dat zelf niet optimaal is afgesteld, kan tegemoetkomend verkeer nog meer verblinden, wat de situatie voor iedereen moeilijker maakt in plaats van enkel voor jezelf.

Op wegen waar je vaker tegemoetkomend verkeer met fel licht kunt verwachten, zoals een drukke invalsweg, is het extra verstandig om iets voorzichtiger te rijden. Zo bouw je vanzelf een kleine buffer in voor het moment dat het zicht toch even wegvalt.

Door bewust om te gaan met fel tegenlicht blijf je 's avonds veel zekerder onderweg, ook wanneer het verkeer wat drukker is. Deze kleine aanpassing in gedrag kost niets, maar levert wel duidelijk meer veiligheid op.